A - B - C - D - E - F - G - H - I - J - K - L - M - N - O - P - Q - R - S - T - U - V - W - X - Y - Z


 
A
ADDIE-model

Het ADDIE-model is een bekend implementatiemodel dat zijn oorsprong kent in de wereld van Instructional Systems Design (ISD). ADDIE is een acronym voor de vijf fases uit het model, te weten:

  • Analysis: analyse van het probleem;
  • Design: ontwerp van de oplossing;
  • Development: ontwikkeling van de oplossing;
  • Implementation: implementatie van de oplossing in de praktijk;
  • Evaluation: evaluatie van de geÔmplementeerde oplossing.
Adware Programma met ingebouwde reclame om daarmee de kosten terug te verdienen. Adware is in principe gratis software, maar in tegenstelling tot freeware moet reclame in beeld geaccepteerd worden. Zo niet, dan moet een versie gekocht worden die geen reclame heeft. Zie ook verder PITCHWARE.
Afstandsleren (distance learning) Leren waarbij de cursist de leeractiviteiten op een andere plaats kan volgen dan waar de cursus wordt gegeven. De lerende hoeft niet naar een bepaalde locatie te reizen en kan de leeractiviteiten zelfs op een ander tijdstip uitvoeren (asynchroon). In het ideale geval wordt de cursus elektronisch geleverd.
Arrangeren Het samenstellen van leereenheden met behulp van leerobjecten.
Assets De kleinste ondeelbare elementen in digitaal leermateriaal worden ook wel bronmaterialen of 'assets' genoemd. Voorbeelden zijn teksten, figuren, animaties, foto's, geluid en beeldfragmenten. Wanneer wij daarentegen van een leerobject spreken, refereren we naar een samengesteld object.
Asynchroon leren Leersituatie waarbij cursisten individueel leren via een computernetwerk. Ze maken dan niet tegelijk met anderen contact met het netwerk om samen te kunnen werken. E-mail is asynchroon, chatten is synchroonbloggen is asynchroon, telefoon is synchroon.
Audioboek Een audioboek is een opname van een voorgelezen boek(fragment). Meestal wordt het gedistribueerd via cd-rom/dvd, cassette of in digitaal formaat (bv. mp3).
Auteurstool en -systemen

Met een auteurstool of auteurssysteem wordt digitaal leermateriaal gemaakt. Een docent kan bijvoorbeeld in MS Word een werkgroepopdracht maken. Of een presentatie weergeven in PowerPoint, of een statistiekprobleem in een Excelsheet, enz. De software in deze drie voorbeelden fungeert dan als auteurstool. In Blackboard kan een docent bijvoorbeeld een test maken. De testbouwfunctie binnen Blackboard is ook een auteurstool.

Auteurssystemen zijn ingewikkelder en specifiek(er) bedoeld om leercontent mee te maken. Een voorbeeld is Authorware, waarmee veel onderwijs cd-roms worden gemaakt.

Top

B
Blended learning Opleiding of leertraject waarbij meerdere leervormen en instructiemethoden gecombineerd worden, namelijk deels via 'traditioneel' leren en deels via e-leren.
Broadcast Een methode om content naar meerdere lerenden tegelijkertijd te zenden door gebruik te maken van televisie- en radiosignalen.

Top

C
Chatten

Chatten is het voeren van een gesprek door het heen en weer typen van tekst tussen twee of meer gebruikers van computers die zich op verschillende locaties bevinden en die tegelijkertijd in hetzelfde netwerk werken. De door de gebruiker getypte tekst komt vrijwel meteen op het scherm van de gesprekspartner(s), meestal als hij/zij op Enter drukt. Hier kan dan direct op gereageerd worden.

Omdat de snelheid waarmee de meeste mensen kunnen typen, veelal achterloopt bij de snelheid waarmee ze denken en/of spreken, zijn er allerlei eigenaardigheden aan dergelijke conversaties ontstaan, zoals vele afkortingen en het gebruik van smileys en dergelijke, zoals :-) en :-( , ter vervanging van het ontbrekende oogcontact. Ook kiezen chatters vaak een karakteristieke nickname (schuilnaam), waarmee ze een (deel van) hun persoonlijkheid kenbaar kunnen maken.

Computer based training (CBT) Een cursus of training waarbij het multimediaal cursusmateriaal wordt aangeboden via een computer, meestal via een cd-rom. De computer hoeft niet aangesloten te zijn op een netwerk en de cursus biedt meestal geen links naar bronnen buiten de cursus.
Computer supported collaborative learning (CSCL) Computer supported collaborative learning, oftewel CSCL, is samenwerkend leren waarbij gebruik wordt gemaakt van ICT (steeds vaker internettechnologie). Een omschrijving is: 'CSCL is focused on how collaborative learning supported by technology can enhance peer interaction and work in groups, and how collaboration and technology facilitate sharing and distributing of knowledge and expertise among community members.'
Content Letterlijk 'inhoud'. Brede verzamelnaam voor alle leerstof en andere inhoudsbronnen binnen een organisatie. Binnen e-leren wordt met content in het algemeen leerstof bedoeld. Educatieve content bevat elementen zoals doelstelling, doelgroep en leersturing. De beschikbare kennis moet aan de doelgroep en het curriculum worden aangepast voor men van educatieve content kan spreken.
Content Management Systeem (CMS) Een CMS is een applicatie die de diverse soorten content van een organisatie kan onderbrengen in een systeem, en zorgt voor de begeleiding van de content - vanaf het ontstaan tot aan de vernietiging van deze content.
Courseware Delen van onderwijs of een cursus die aangeboden worden via een softwareprogramma of via het internet.
Creative Commons Creative Commons (CC) is een initiatief om de distributie en het gebruik van auteursrechtelijk beschermde literatuur, fotografie, muziek, film en wetenschappelijk werk via het internet zoveel mogelijk te stimuleren, zonder dat inbreuk wordt gemaakt op het auteursrecht. Het traditionele auteursrecht gaat uit van het voorbehouden van alle rechten ('all rights reserved' of 'alle rechten voorbehouden') op een werk. Het aanbieden van je werk onder een Creative Commons-licentie betekent niet dat je je auteursrechten opgeeft. Het betekent dat je sommige van je rechten (zoals kopiŽren, verspreiden, tonen, op- en uitvoeren) onder bepaalde voorwaarden aanbiedt aan eender wie er gebruik van wil maken.
CSS Cascading Style Sheets (afgekort tot CSS) is een techniek voor de stijl (vormgeving) van webpagina's. De informatie over de vormgeving wordt toegevoegd aan de HTML-code
van het document. Die informatie kan in het document zelf staan, maar ook in een extern document dat wordt geÔmporteerd. Een dergelijk apart geÔmporteerd document wordt ook wel stylesheet genoemd. Een stylesheet biedt de mogelijkheid inhoud en vormgeving van een document van elkaar te scheiden en op die manier een consistente vormgeving over meerdere documenten te bereiken.
C-learning Als tegenhanger van e-learning wordt met c-learning het traditionele leren in een klaslokaal bedoeld. C-learning staat dus voor classroom learning (zie ook m-learning).
Top
D
Digitaal Het woord digitaal wordt veel gebruikt waar met computers wordt gewerkt, omdat computers (vrijwel) altijd hun gegevens digitaal bewerken en opslaan. Digitaal (afkomstig van het Latijnse woord digit, dat vinger betekent) is het werken met waarden in discrete stappen. Dit is in tegenstelling tot analoog: het werken met waarden in een continuŁm zonder stappen. Zowel digitale als analoge technieken kunnen worden gebruikt voor de opslag en overdracht van informatie, de werking van een instrument, of de manier waarop een waarde wordt weergegeven.
Digitale didactiek Kennis en kunde met betrekking tot het gebruik van ICT bij het organiseren en het faciliteren van het leren.
Digitale leermiddelen

In deze cursus maken we een onderscheid tussen leermiddelen die gericht zijn op de inhoud van een cursus (digitale leerstof), en leermiddelen die gericht zijn op de communicatie en begeleiding binnen een cursus (digitale leeromgeving, digitale communicatiemiddelen).
Voorbeelden van digitale leerstof zijn een stuk digitale tekst, een digitaal artikel, een digitaal boek, een website, een digitaal videofilmpje, een digitaal audiofragment of multimediale inhoud. Voordelen van digitale leerstof boven een boek kunnen zijn dat de leerstof interactief, multimediaal en adaptief kan zijn. Adaptief houdt in dat de vorm en de inhoud van de leerstof zich aanpast aan de inbreng van de cursisten. Dit betekent concreet dat de cursist alleen die leerstof bestudeert die hij nog niet beheerst. De cursist leert dan 'op maat'.

Digitale leeromgeving Zie verder onder Elektronische leeromgeving (ELO).
Top
E
Educatief materiaal Onderwijsmateriaal en toetsingsmateriaal. Materiaal dat ontwikkeld en gebruikt wordt voor opleiden en trainen. Denk aan theorie, vragen, opdrachten, digitaal, papier, toetsen en dergelijke.
Educatieve software Computerprogramma's (software) die het leren ondersteunen.
Elektronisch leren, e-leren of e-learning Elektronisch leren is in essentie niets meer en niets minder dan een verzamelnaam voor leersituaties waarbij gebruik wordt gemaakt van internettechnologie en/of ICT.
Elektronische leeromgeving (ELO) Een omgeving die e-leren ondersteunt. Aangezien e-leren verschillende 'verschijningsvormen' kan hebben, kan elke ELO er anders uitzien. Meestal ondersteunt een ELO het leerproces en de administratieve/ondersteunende processen. Onder ELO vallen zowel een LMS, een LCMS en een auteurstool.
Voorbeelden van elektronische leeromgevingen zijn Blackboard, Moodle, SAKAI, ...
Top
F
Forum

Een internetforum (meestal kortweg: forum; meervoud: fora of forums) is een plaats waar mensen online samenkomen om berichten te posten of te lezen, bestanden te kopiŽren vanuit de bestandsbibliotheken (libraries) en om regelrecht te praten met andere leden. Je kunt deelnemen aan de discussies in een forum (via berichten of in een gesprek) of gewoon alleen maar meekijken. Er zijn forums voor speciale onderwerpen en forums die heel algemeen zijn.

Er kunnen nieuwe onderwerpen aangedragen worden of er wordt een oplossing gevraagd voor een specifiek probleem. De onderwerpen en het niveau van de discussie kunnen sterk variŽren. Om op sommige internetforums te mogen reageren, moeten bezoekers zich registreren onder een bijnaam, ook wel nickname genoemd. Andere forums zijn vrijer en daarop kunnen berichten zonder registratie geplaatst worden.

Freeware Gratis software die van internet afgehaald kan worden en die gebruikt mag worden, mits er niets aan veranderd wordt. Er rust copyright op. De software mag niet commercieel verhandeld worden.
Top
G
Gebruikersinterface

De manier waarop je door een e-cursus kunt bladeren.
In deze e-cursus heb je twee navigatiemogelijkheden:

  • seriŽle navigatie met de pijltjesknoppen bovenaan rechts;
  • directe navigatie door in de boomstructuur links de gewenste pagina aan te klikken.
Top
H
Happy sheet Een vragenlijst die peilt naar de mening van gebruikers over een (e-)cursus.
HTML-editor

Een HTML-editor is een softwareprogramma om webpagina's aan te maken. Hoewel HTML-code met een gewone teksteditor zoals Microsoft Kladblok geschreven kan worden, kan een HTML-editor door de ingebouwde extra functionaliteit het bijwerken veel gemakkelijker maken.

WYSIWYG-editors (What you see is what you get) bieden een werkvenster dat lijkt op de pagina zoals ze er uiteindelijk in de webbrowser zal uitzien.
Een WYSIWYG-editor is gemakkelijker in het gebruik en maakt het mogelijk om zonder kennis van HTML een webpagina op te stellen. Veel WYSIWYG-editors bieden ook de mogelijkheid om direct de HTML-broncode te bewerken.
Voorbeelden van open source WYSIWYG-editors zijn: Nvu en Mozilla Composer; voorbeelden van commerciŽle editors: Macromedia Dreamweaver en AdobeGOLive.

Top
I
ICT Informatie- en communicatietechnologie: gebruik van computers, telefoon, radio en televisie, telecommunicatie, opname-, afspeel- en reproductieapparatuur. Om informatie te maken, te bewaren, te verspreiden, te gebruiken. Informatie wordt hier in de meest algemene betekenis gebruikt.
IMS Global Learning Consortium Het IMS-project houdt zich bezig met het ontwikkelen van algemene leerstandaarden, met de focus op het gebruik van XML, om leercontent uitwisselbaar te maken met andere leertechnologieŽn.
Implementeren Implementatie is de invoering van een systeem (bv. een computerprogramma) in een organisatie. Tijdens het gehele proces van onderwijskundig ontwerpen is er voortdurend aandacht voor de implementatie, het vraagstuk van de acceptatie en functionaliteit van de bedachte oplossingen in de gebruikssituatie.
Instant Messaging Instant messaging ('Onmiddellijke berichtgeving' in het Nederlands, maar altijd met de Engelse naam genoemd) is een benaming voor technologieŽn waarbij het de bedoeling is dat berichten zo snel mogelijk worden overgebracht. Dit in contrast met e-mail waar de snelheid van overbrengen lang niet zo belangrijk is.
Institute of Electrical and Electronics Engineers (IEEE) Organisatie die zich bezighoudt met het ontwikkelen van standaarden voor e-learning. Het werk van organisaties als IMS, AICC en ADL wordt gecombineerd door het IEEE om standaarden te creŽren die internationale goedkeuring krijgen.
Instructional design (ID)

Kenmerken voor de ID-benadering is dat gestart wordt met een uitgebreide analyse van de wijze waarop experts beroepstaken in de praktijk uitvoeren. Complexe vaardigheden worden geanalyseerd op hun samenstellende vaardigheden. Hierbij wordt een hiŽrarchie van vaardigheden opgesteld, waaruit de samenstellende vaardigheden en hun onderlinge relaties naar voren komen.

De samenstellende vaardigheden worden beschreven in termen van gedrag, de condities waaronder het gedrag vertoond moet worden, en de criteria of standaarden voor acceptabel gedrag. Ook wordt geclassificeerd naar routinematige en niet-routinematige aspecten. De mentale modellen en cognitieve strategieŽn die bij het uitvoeren van de taak aan de orde zijn, worden op een soortgelijke wijze geanalyseerd.

IRC IRC staat voor 'internet relay chat'. Het is geen computerprogramma, maar een protocol zoals dat wordt genoemd in het jargon. Een protocol is eigenlijk een verzameling regels die een ontwikkelaar moet volgen om een IRC-programma (een client of een server) te maken.
Top
J
Just-in-time (leren) Dit is een term die vaak met logistiek wordt geassocieerd. In het kader van e-leren wordt deze gebruikt om aan te geven dat de lerende toegang heeft tot de informatie op het moment dat hij die nodig heeft. Dit in tegenstelling tot het principe just-incase, het aanbieden van leerstof voor het geval dat de cursist die ooit nodig zou hebben.
Top
L
Learning Resource iNterchange (LRN) Het uitwisselen van lesmateriaal, studentgegevens, cursusmateriaal enz. via een elektronische weg zodat verschillende leeromgevingen gebruik kunnen maken van elkaars gegevens.
Leereenheden Leereenheden zijn arrangementen van leerobjecten. Een samenhangend onderdeel van een cursus, inclusief presentatie, verwerking en toetsing, heeft een bepaalde looptijd en wordt over het algemeen afgesloten met een beoordeling.
Leermanagementsysteem (LMS)
versus
Leer-Content-Management-Systeem (LCMS)

Hoe komt het met een auteurstool gemaakte leermateriaal bij de student? In klassiek onderwijs zal een docent de opgaven voor een volgende werkbijeenkomst op een blaadje uitdelen. Bij digitaal georganiseerd onderwijs gaat dat via een LMS, een leermanagement-systeem.

Drie functies staan centraal bij een LMS:

  • het beschikbaar stellen van leermateriaal aan de student
  • de communicatie student / docent en studenten onderling
  • de studieadministratie

Om de betekenis van een LMS of een LCMS te vatten gaan we best in op het verschil tussen de twee concepten. Algemeen kan je stellen dat een LMS eerder cursusgericht en een LCMS inhoudsgericht. Hoe vullen deze twee concepten elkaar aan?

  • Een LMS managet niet zozeer het leren, als wel de administratieve en logistieke processen rondom het leren, zoals het registreren en inschrijven van cursisten, de voortgangsregistratie en de planning van de inzet van de leermaterialen.
  • Een LCMS ondersteunt het ontwikkelings- en samenwerkingsproces (workflow), slaat content op in de kleinst mogelijke betekenisvolle eenheid, scheidt inhoud en vorm zodanig dat de content gemakkelijk en betekenisvol terug te vinden en te hergebruiken is. Eťn van de voordelen daarvan is dat content op maat kan worden gedistribueerd (personalisatie), zowel wat betreft inhoud, vorm als omvang.

Zie ook onder Elektronische Leeromgeving (ELO).

Leerobjecten of Reusable Learning Objects (RLO) Leerobjecten zijn kort gezegd stukjes onderwijsmateriaal die herbruikt kunnen worden. Men vergelijkt leerobjecten wel met Lego-blokjes: door hun gestandaardiseerde patroon van noppen en gaten zijn Lego-blokjes op allerlei manier met elkaar te combineren, waardoor er eindeloos veel verschillende bouwwerken mee gemaakt kunnen worden. Leerobjecten zouden op een soortgelijke manier gecombineerd en gearrangeerd kunnen worden en zo helpen relatief gemakkelijk nieuw onderwijs te creŽren.
Leerplatform of Leer-Content-Management-Systeem (LCMS)

De focus van een leerplatform of Learning Content Management System (LCMS) is op leerinhoud (learning content). Het bestaat uit een softwarepakket waarmee je een website kunt opzetten die speciaal bedoeld is voor e-leren. Een LCMS laat toe om op een efficiŽnte manier informatie-elementen te beheren, te organiseren, te delen, te hergebruiken en te onderhouden.

Een LCMS bevat doorgaans alle componenten die je in een gewoon CMS aantreft:

  • communicatiegereedschappen als forum en (internet)mail;
  • een module om (korte) nieuwsberichten te schrijven;
  • een module om artikels te schrijven;
  • een linkspagina;
  • de mogelijkheid om documenten op de server te plaatsen en te beheren.

Daar bovenop kunnen een aantal speciaal op e-leren afgestemde modules komen:

  • een cursistenvolgsysteem dat de begeleider toelaat de vorderingen van een cursist te zien;
  • gereedschappen voor zelfevaluatie door de cursist, zoals zelftoetsen;
  • een portfoliosysteem dat de cursist toelaat eigen documenten en werkstukken in een persoonlijke mini-website onder te brengen.

Voorbeelden: www.smartschool.be en www.dokeos.com.

Leerportaal Dit zijn websites die de lerende en de organisatie de mogelijkheid geven om op een eenvoudige wijze toegang te krijgen tot een gecategoriseerd overzicht van e-leren, veelal van verschillende aanbieders. Daarbij kan het gaan om nieuws, websites, maar ook om trainingen of leerobjecten die via het internet kunnen worden doorlopen. De inhoud wordt afgestemd op de bezoeker, op basis van diens persoonlijke profiel.
Leerstijl Iedereen heeft een persoonlijke leerstijl, dat wil zeggen: een manier van omgaan met leerstof en leeractiviteiten. Er zijn verschillende modellen om leerstijlen in kaart te brengen. Er is onder andere de methode van Kolb en de methode van Vermunt. Sommige leerstijlen zijn beter geschikt voor de student dan andere. Het verdient aanbeveling in het onderwijs rekening te houden met de leerstijlen van studenten.
Leren met digitale leermiddelen Onder leren met digitale leermiddelen verstaan we leren waarbij de leeractiviteiten van cursisten worden ondersteund met gebruik van digitale leermiddelen.
Lessons learned Letterlijk vertaald: geleerde lessen. Op het gebied van e-leren gaat het om bevindingen en conclusies van auteurs of gebruikers op het gebied van een e-lerenproject.
Top
M
Mediamix Een combinatie van media binnen een cursus of leerobject, met het doel deelnemers iets te leren. Bijvoorbeeld een cd-rom, een boek en een website. Zie ook blended learning.
Metadata Metadata zijn gegevens (data) die de karakteristieken van bepaalde gegevens beschrijven. Het zijn dus eigenlijk data over data.
De metadata bij een bepaald document (de gegevens) kunnen bijvoorbeeld zijn: de auteur, de datum van schrijven, het aantal pagina's en de taal waarin de gegevens zijn opgesteld. Het expliciet opslaan van metadata bij de data waar ze betrekking op hebben, heeft als voordeel dat de data makkelijker gevonden kunnen worden.
Mindmap Mind mapping is een zeer effectieve methode om begrippen te verhelderen. Met een mindmap breng je een begrip compact en overzichtelijk in kaart zonder dat je je hoofd hoeft te breken over de precieze formulering.
Mouse over Een mouse over is wat er gebeurt als je met je muis over een stuk tekst of een plaatje van een website gaat. Veel voorkomende mouse over's zijn links, menu-items en delen van tekst. Met behulp van CSS kan een link met een mouse over een andere kleur krijgen of kunnen andere aspecten van de opmaak veranderd worden, zodat het voor iedereen duidelijk is dat je op deze link kunt klikken.
M-learning Voortbordurend op de term e-learning wordt met m-learning gedoeld op mobile learning, oftewel mobiel leren. Leren vindt plaats via draadloze apparaten zoals handcomputers (bijvoorbeeld de Palm of de iPAQ), tablet-pc's en mobiele telefoons. Leren wordt nog plaatsonafhankelijker. Zie ook c-learning.
Top
O
Online Verbonden met het netwerk (zoals het internet).
Online community Dit zijn ontmoetingsplaatsen op het internet waar bezoekers met bijvoorbeeld gelijke interesses of werkzaamheden elkaar opzoeken. In de context van e-leren is deze ontmoetingsplaats zodanig ingericht dat de lerenden in contact kunnen komen met anderen en samen kunnen leren en kennis delen. De online community faciliteert in deze behoeften. De inhoud in de community wordt veelal door de leden bepaald, in dit geval de lerende.
Online leren Leren via een netwerk. Zie ook elektronisch leren.
Ontwerpen Leren en ontwerpen bestaat uit een schema, een instrument waarmee docenten leerroutes voor studenten/leerlingen kunnen ontwerpen. De leerroutes worden weergegeven in drie kolommen: informatie, subjectief concept en praktijk; en in tien (leer)activiteiten, gevangen in werkwoorden. Een krachtige leerroute pendelt tussen deze drie componenten en maakt daarbij gebruik van tien (leer)activiteiten.
Ontwikkelen In deze fase van het onderwijskundig ontwerp wordt daadwerkelijk gewerkt aan de oplossing voor het opleidingsprobleem. Deze fase kenmerkt zich door constructie- of productieactiviteiten.
Open and Distance Learning (ODL) De mogelijkheid tot afstandsleren, buiten het klaslokaal en met een hoge mate van autonomie, met behulp van verschillende systemen, met name e-leren.
Open inhoud Open inhoud, open content, in analogie met open source, beschrijft alle soorten creatief werk (zoals artikels, plaatjes, geluid, beeld) die worden gepubliceerd onder een niet-restrictieve licentie en in een formaat die het kopiŽren van de informatie expliciet toestaat. Open inhoud wordt vaak ook gebruikt om content te beschrijven die door iedereen gewijzigd kan worden.
Open source software Dit is software waarvan de broncode wordt vrijgegeven, zodat andere ontwikkelaars en programmeurs een bijdrage kunnen leveren aan de verdere ontwikkeling. Open source software hoeft niet gratis te zijn. Er is ook open source e-learning software beschikbaar (zoals FLE3 of Moodle).
Open standaarden Open standaarden zijn bestandsformaten en protocollen die vrij kunnen worden toegepast door verschillende producenten en gebruikers en niet worden afgeschermd door een commerciŽle licentie. Sommige bestandsformaten voor tekst, afbeeldingen en multimedia zijn gesloten. Dat wil zeggen dat ze enkel bruikbaar zijn met software van een bepaalde fabrikant. De bestandsformaten van Microsoft bijvoorbeeld zijn niet (of moeilijk) toegankelijk voor andere softwareproducenten; het gif-bestandsformaat voor digitale afbeeldingen is commercieel beschermd, terwijl de tegenhanger png een open formaat is.
Top
P
Pitchware Hetzelfde als ADWARE. Programma met ingebouwde reclame om daarmee de kosten terug te verdienen. Pitchware is in principe gratis software, maar in tegenstelling tot freeware moet reclame in beeld geaccepteerd worden. Zo niet dan moet een versie gekocht worden die geen reclame heeft.
Podcasting De term podcasting is een samentrekking van iPod, de draagbare mp3-speler van Apple, en 'broadcasting' (Engels voor uitzenden). Hoewel de technologie niet alleen bruikbaar is met de iPod, was het succes ervan een belangrijke stap in de ontwikkeling van podcasting. Podcasting staat, in de meest strikte zin, voor een systeem waarin podcasters audiobestanden (mp3) met discussies, cursussen, radioshows, muziekprogramma's enz. beschikbaar stellen via internet, en tevens een news feed in RSS-formaat creŽren, die een verwijzing bevat naar de mp3-bestanden die automatisch gedownload kunnen worden en ofwel onmiddellijk op een mp3-speler gekopieerd worden, ofwel aan de gebruiker melden dat hij ze op de pc kan beluisteren.
Top
R
Return on investment (ROI) Een berekening die duidelijk maakt wat op termijn de opbrengsten zijn van de geschatte investeringen. Vaak gaat het om de 'harde' opbrengsten (lees: besparingen/geld), maar het kan ook om 'zachtere opbrengsten' gaan, denk aan uitstraling, verhoogde kwaliteit enz.
Reusable Learning Objects (RLO) Zie onder 'Leerobjecten'.
RSS - really simple syndication RSS staat voor 'Rich Site Summary' of voor 'Really Simple Syndication'. Het is een bepaalde toepassing van de computertaal XML waarmee de inhoud van een website zo wordt opgeslagen dat andere sites deze informatie automatisch in hun eigen omgeving kunnen tonen. Via speciale RSS-readers kun je snel zien welke sites zijn veranderd. Vooral weblogs maken gebruik van RSS.
Top
S
SCORM Staat voor Sharable Content Object Reference Model en is ontwikkeld door ADL. SCORM is een verzameling technische standaarden die web based leersystemen de mogelijkheid geven om leerinhouden te zoeken, te importeren, te delen, te hergebruiken en te exporteren op een standaardmanier. Het werd vooral geschreven voor verkopers en ontwikkelaars van LMS'en en auteurstools, zodat zij te weten kunnen komen hoe zij aan de standaarden kunnen voldoen.
Screencasting Kort gezegd is het een filmpje om iets uit te leggen, te laten zien. Dit filmpje kan vergezeld gaan van geluid en zelfs ook een 'talking head' ofwel de verteller is dan in beeld. Het kan bijvoorbeeld gebruikt worden om een applicatie uit te leggen, of een tip te geven. Je kijkt dan als het ware over de schouder van de maker mee. Hij laat zien wat er op zijn scherm gebeurt. Hij klikt op de menu's die relevant zijn en vertelt er gelijk bij wat hij belangrijk vindt. Eigenlijk lijkt het veel op de computer based trainingen en dergelijke. Alleen zijn screencasts meestal veel korter en laagdrempeliger. Je kunt ze veel eenvoudiger maken en ook bekijken. Eigenlijk dus een soort huis-tuin-en-keukenmateriaal. Zoiets als weblogs dat zijn voor het maken van internetsites. Iedereen kan het dus.
Screendump (screenshot/screen capture/screen dump)

Een schermafdruk, screenshot, screen capture, of screen dump is een statische afbeelding (een 'foto') van wat er op een bepaald moment zichtbaar is op (een deel van) een beeldscherm. Dit kan handig zijn om:

  • uit te leggen hoe een programma werkt (bijvoorbeeld waar welk knopje staat);
  • een bepaalde situatie te laten zien; dit gaat vaak makkelijker met een screenshot dan via een beschrijving van wat er op het scherm te zien is;
  • aan vrienden te laten zien hoe je scherm eruitziet.
Self assessment Het proces waarmee de deelnemer zijn persoonlijke kennis- en/of vaardigheidsniveau kan bepalen, vaak in relatie tot een bepaald competentieprofiel. Binnen sommige leermanagementsystemen (zie LMS) krijgen deelnemers vervolgens automatisch een advies om een cursus of een leerobject te volgen, op het moment dat er sprake is van een kloof tussen de huidige competenties en de benodigde competenties.
Self-paced learning De deelnemer bepaalt zelf het tempo waarin hij/zij leert.
Simulatie Een zeer interactieve applicatie, waarmee realistische (bedrijfs)situaties worden nagebootst. Zo kunnen medewerkers vaardigheden trainen in een risicovrije omgeving. Ideaal voor het opdoen van praktijkervaring in de procesindustrie.
Skype Skype is een gratis online telefoonservice die gebruikmaakt van het Voice-over Internet Protocol (VOIP). Naast telefonie biedt Skype ook een tekstgebaseerd chatprogramma.
Social software Dit zijn applicaties waar mensen via internet elkaar kunnen 'ontmoeten', met elkaar kunnen communiceren en samenwerken. Social software wordt steeds vaker ingezet voor leerdoeleinden.
Standaarden De opkomst van 'standaarden' is een belangrijke trend binnen de wereld van e-leren. Voor e-leren zijn op dit moment nog geen geaccrediteerde standaarden, wat leveranciers van e-learningsystemen ook beweren. Wel is wereldwijd een aantal organisaties de specificaties voor de toekomstige standaarden aan het voorbereiden. De belangrijkste organisaties die zich bezighouden met specificaties voor e-leren zijn AICC, ADL (SCORM), IMS en IEEE. De IEEE is de enige die standaarden kan accrediteren. Daarnaast zijn er nog regionale initiatieven, zoals ARIADNE (Europa) en CANCORE (Canada). Beide organisaties hebben banden met het IMS of de IEEE.
Summatieve evaluatie Alle soorten toetsen en beoordelingen die aan het eind van een onderwijsleerproces worden gebruikt voor het geven van een eindbeoordeling van de prestaties van studenten.
Synchrone communicatie Betrokkenen zijn op hetzelfde moment, maar niet op dezelfde plaats met elkaar aan het communiceren. Zo kan bijvoorbeeld een expert een presentatie verzorgen via het internet, terwijl de deelnemers vanaf een andere plaats de les volgen en de gelegenheid hebben om via geluid of tekst (chat) vragen te stellen.
Synchroon leren Leersituatie waarbij cursisten tegelijkertijd via een computernetwerk leren onder online begeleiding van een instructeur.
Top
T
Teleleerplatforms Zie 'Elektronische leeromgevingen'.
Tools Een tool is een computerapplicatie of een ander digitaal hulpmiddel om software te maken of om bestanden te maken. Voorbeelden van tools zijn editors, tekstverwerkers.
Top
V
Videoconferencing Een virtuele bijeenkomst waarbij de deelnemers niet in dezelfde ruimte zitten, maar elkaar toch synchroon kunnen zien en horen.
Virtual classroom Vrij vertaald betekent dit een virtueel klaslokaal oftewel het verzorgen ven een les via het internet. Het is een vorm van synchroon e-leren, synchroon omdat de docent(en) en de cursisten op hetzelfde tijdstip online zijn, ieder achter zijn/haar pc. De virtuele klas kan dus bestaan uit deelnemers die verspreid over de hele wereld aan de cursus deelnemen. Er is specifieke software beschikbaar die virtuele klassen ondersteunt/mogelijk maakt.
Virtual Learning Community (VLC) Een besloten elektronische leeromgeving waar 5 tot 50 leden samen leren en kennis produceren. Het is een eenvoudige internetapplicatie met een andersoortig gebruik van ICT die makkelijk te integreren is met andere ELO's. Sterke punten zijn het communicatieplatform, de koppeling van competenties aan leerarrangementen, het portfolio, samen leren en de leerprocesanalyse.
Vraaggestuurd leren Onderwijsvorm waarbij de lerende in grote mate zelf het leerpad uitstippelt en waarbij het onderwijs inspeelt op de vraag vanuit de individuele trajecten. Tegenhanger van het traditionele aanbodgerichte onderwijs.
Top
W
Webbased educatieve content Informatie die bestemd is voor educatie, zoals les- en toetsmateriaal, aangeboden via het internet of gebruikmakend van interne technologie, waardoor informatie plaats- en tijdonafhankelijk beschikbaar is.
Webbased Instruction (WBI) Instructiemateriaal dat wordt geleverd via een pc of een netwerk en via een webbrowser getoond. WBI is in verschillende formats te verkrijgen en er kunnen verschillende elementen aan gelinkt zijn, zoals online cursussen en content. WBI is niet hetzelfde als CBT, het is meer gebaseerd op de specifieke vraag van de gebruiker. WBI kan snel en eenvoudig worden geactualiseerd en het leerproces kan makkelijk worden gestuurd door de opleider.
Webbased Training (WBT) Training die geleverd wordt via internettechnologie.
Webinar De term webinar is afgeleid van seminar en internet (web). Een webinar is een online variant op een seminar, alleen te volgen op internet. Daarvoor wordt een techniek toegepast waarin het gebruikersgemak centraal staat. Met behulp van webcam en headset kan men in beeld en geluid met elkaar overleggen, videoconferencen, besloten vergaderen of webpresentaties houden met behulp van PowerPoint.
Weblecture Presentatie met video ter beschikking gesteld via het web.
Webleren Webleren is het leren dat wordt ondersteund door internettechnologie. Het doel daarbij is de overdracht en opbouw van kennis en vaardigheden (bijeengebracht in competenties) van lerenden te ondersteunen, uit te breiden en te flexibiliseren. Valt onder het begrip e-leren.
Weblog (blog) Een weblog, of ook wel blog, is een eenvoudig te onderhouden website die regelmatig - soms meerdere keren per dag - vernieuwd wordt en waarop de geboden informatie in chronologische volgorde (op datum) wordt weergegeven. Wie een weblog bezoekt, treft dan ook op de voorpagina de recentste bijdrage(n) aan. De auteur biedt in feite een logboek van informatie die hij wil delen met zijn publiek, de bezoekers van zijn weblog. Weblogs bieden hun lezers ook veelal de mogelijkheid om - al dan niet anoniem - een reactie achter te laten.
Webquest Een webquest is een gestructureerde zoekopdracht, waarbij de cursist, individueel of in groep, op basis van (hoofdzakelijk) internetinformatie een oplossing zoekt voor een bepaald probleem. Webquests bevorderen het denken, ontwikkelen vaardigheden voor probleemoplossing en maken mensen vertrouwd met webtechnologie.
Wiki De term Wiki is afkomstig uit HawaÔ en betekent 'snel'. Het is een internettoepassing waarmee een groep mensen samen kunnen werken aan internetpagina's. De inhoud wordt onmiddellijk gepubliceerd, zonder dat een redactie dit nog moet accepteren. Een Wiki kan worden gebruikt om samen teksten te schrijven.
WYSIWYG WYSIWYG is een acroniem voor What you see is what you get of in het Nederlands: Je krijgt wat je ziet. De term wordt gebruikt voor computerprogramma's, en betekent dat je direct op het beeldscherm ziet hoe het resultaat op papier eruit komt te zien, inclusief alle opmaak: vet, letterafmeting, etc.
Top